Loonbeslag

Een loon-, uitkerings- of pensioenbeslag is wettelijk gezien vrijwel gelijk aan een ‘gewoon’ derdenbeslag. Zie voor het leggen van een conservatoir loonbeslag eerst de algemene werkwijze. Anders dan bij een conservatoir derdenbeslag, zal de rechter de beoogd beslagene altijd oproepen om diens standpunten te horen, voordat hij toestemming geeft voor het beslag.

Indien de rechter de beslaglegger toestemming verleent, kan de deurwaarder het conservatoir loonbeslag leggen. Hij doet dit door de beslagstukken te betekenen (op wettelijke wijze te bezorgen) bij de werkgever (of andere partij die een periodieke uitkering doet). Binnen acht dagen na het leggen van het beslag, dient hij de beslagstukken ook aan de werknemer af te geven, zodat deze officieel op de hoogte is van het beslag.

Door het beslag mag de werkgever geen betalingen meer doen aan de werknemer, behalve de wettelijk bepaalde beslagvrije voet. De achterliggende gedachte bij dit bedrag is dat iedereen een minimuminkomen dient te hebben voor zijn alledaagse levensonderhoud. De deurwaarder dient de beslagvrije voet te berekenen en aan de derdenbeslagene mede te delen, zodat die weet hoeveel hij aan de beslagene mag uitbetalen. Voor het berekenen van dit bedrag heeft hij echter informatie nodig van de beslagene zelf (of, als die bekend is, van de partij die de periodieke betalingen doet). Beide partijen zijn verplicht om die informatie aan de deurwaarder te verschaffen als hij daarom vraagt. Indien de beslagene die informatie niet verschaft, dan zal de deurwaarder de beslagvrije voet 50% lager vaststellen dan gebruikelijk.

De werkgever dient twee weken na de beslaglegging een schriftelijke verklaring af te leggen waarin hij opgeeft (of, en zo ja) welke periodieke betaling hij aan de beslagene betaalt. De deurwaarder overhandigt hiervoor bij de beslaglegging een formulier. Dit formulier dient voorzien te worden van de nodige bewijsstukken ten aanzien van de relatie tussen werkgever en de werknemer (bijvoorbeeld een contract of een loonstrook). De werkgever mag zijn verklaring eerder dan twee weken doen, maar hij is daar nooit toe verplicht.

Nadat het beslag is gelegd, dient de beslaglegger tijdig (meestal veertien dagen, zie ook termijnen) de hoofdprocedure te starten tegen de beslagen werknemer. Indien de rechter bevestigt dat de beslaglegger inderdaad een vordering heeft op de beslagene én diens vonnis daadwerkelijk geëxecuteerd kan worden (geen hoger beroep ed.) én het vonnis door de deurwaarder aan de betrokkenen is betekend, verandert het conservatoire beslag in een executoriaal beslag. Vier weken na de betekening kan de deurwaarder het onder het conservatoire loonbeslag getroffen bedrag van de werkgever opeisen.

De rechtszaak tussen de beslaglegger en de beslagene kan lang duren (denk aan maanden of soms zelfs jaren). Gedurende deze gehele periode dient de werkgever het bedrag dat de beslagvrije voet maandelijks overtreft onder zich te houden. Hij dient er goed rekening mee te houden dat hij het achtergehouden bedrag in de toekomst in één keer aan de beslagene (indien die de hoofdprocedure wint) of de beslaglegger (indien die de hoofdprocedure wint) dient uit te betalen.

De correcte terminologie: het derdenbeslag wordt onder de werkgever/derdenbeslagene gelegd ten laste van de werknemer/beslagene.

Wat kan er precies beslagen worden (in deze categorie)?

De wet noemt de periodieke betalingen van loon, pensioen, uitkering, lijfrente, alimentatie en zelfs belastingteruggaven, zoals de (veelal maandelijks uitbetaalde) hypotheekrenteaftrek. Periodiek betekent dat de betaling bijvoorbeeld wekelijks, vierwekelijks of maandelijks herhaald wordt. Alle toekomstige betalingen vallen in dat geval onder het beslag.

Ten laste van mij is loonbeslag gelegd. Hoe bereken ik zelf mijn beslagvrije voet?

De beslagvrije voet is globaal gesproken 90% van een bijstandsuitkering. Het exact berekenen van het vrij te laten bedrag vergt even wat aandacht. Het bedrag is oa. afhankelijk van de woonsituatie van de beslagene. De criteria voor de verschillende woonsituaties zijn vastgelegd in art. 475d Rv. Door deze link te volgen en de verwijzingen in dit artikel te controleren, kunt u de betreffende uitkeringsbedragen zien en theoretisch de beslagvrije voet zelf berekenen. Dit is in de praktijk feitelijk niet te doen: wel zijn er diverse rekenhulpen op internet beschikbaar.

Op de bankrekening waar mijn werkgever mijn loon/pensioen/uitkering stort, is (geen loonbeslag maar) een derdenbeslag gelegd. Kan ik van de deurwaarder verlangen dat hij een beslagvrije voet toepast?

Ja, sinds begin 2021 dient ook bij beslag op een bankrekeningen maandelijks een beslagvrije voet te worden gehanteerd. Deze bedraagt grofweg € 1.500,- voor alleenstaanden en € 2.100,- voor samenwonenden met kinderen.

Ik woon in het buitenland, maar op mijn uitkering in Nederland is loonbeslag gelegd. Waar ik woon zijn de prijzen echter heel anders dan in Nederland. Geldt de beslagvrije voet ook voor mij?

Nee, de beslagvrije voet geldt niet automatisch voor mensen die in het buitenland wonen. Er kan daardoor beslag worden gelegd op de gehele uitkering of op al het loon. De beslagene kan wel in een procedure aan de kantonrechter vragen om alsnog een beslagvrije voet te bepalen, indien hij kan aantonen dat hij zonder beslagvrije voet onvoldoende inkomen heeft om van te bestaan.

Ik heb loonbeslag gelegd ten laste van de tegenpartij. Gedurende het jaar blijkt het loon niet boven de beslagvrije voet uit te komen, zodat de werkgever niets hoeft in te houden. Alleen in de maand dat de werkgever het vakantiegeld uitbetaalt, stijgt het loon ineens ver boven de beslagvrije voet uit. Kan ik in die maand aanspraak maken op dat deel van het vakantiegeld?

Nee, in de rechtspraak is bepaald dat het jaarlijks uitgekeerde vakantiegeld eerst moet worden ‘toegerekend’ aan de maanden waarin het is opgebouwd. Pas als in dat geval het maandelijkse loon boven de beslagvrije voet uitkomt, is het beslag effectief voor dat gedeelte.

Ik heb wel eens gehoord van een Vrij Te Laten Bedrag (VTLB). Is dat hetzelfde als de beslagvrije voet?

De beslagvrije voet en het VTLB zijn in principe wel van dezelfde hoogte, maar worden in verschillende omstandigheden toegepast. De beslagvrije voet is van toepassing in beslagsituaties. Het VTLB wordt toegepast indien iemand is toegelaten tot de regeling van de Wet Schuldsanering Natuurlijke personen (ofwel WSNP). Dit is een traject dat gericht is op sanering van schulden. Samengevat wordt iemand in de WSNP schuldenvrij verklaard, indien hij drie jaar zonder nieuwe schulden te maken van het VTLB heeft geleefd en het overige deel van zijn inkomen aan een bewindvoerder heeft afgedragen. De termen hebben dus weinig met elkaar te maken, maar worden in de praktijk nog wel eens verward.

Kan conservatoir loonbeslag ook gebruikt worden tegen iemand die zijn alimentatie niet betaald?

Jazeker, hiervoor gelden de normale regels voor loonbeslag. De wet kent daarnaast voor alimentatie ook een executoriale versie van loonbeslag, waarvoor enkele versimpelde regels gelden. Dit is het zogenoemde ‘alimentatiebeslag’. Een verschil met een normaal loonbeslag is dat de derde de periodieke uitkering (minus de beslagvrije voet) direct na het beslag al dient af te dragen aan de deurwaarder. De derde hoeft geen derdenverklaring af te leggen en de beslaglegger hoeft daar dus ook niet twee weken op te wachten.

De beslagene kan bij de rechter een rechtszaak (vaak een kort geding) starten tegen het beslag (in zo’n geval ‘verzet’ genoemd), net zoals dat bij andere beslagen mogelijk is. Bij executoriaal alimentatiebeslag heeft zo’n zaak echter schorsende werking, zodat de (inhouding door de derde wel doorgaat, maar) de afdracht van betalingen aan de deurwaarder gedurende het geding wordt gestopt.

Indien de Raad voor de Kinderbescherming of het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (ofwel LBIO) het executoriaal alimentatiebeslag legt, kan zij, in plaats van de klassieke beslaglegging via een deurwaarder, ook de beslissing tot beslaglegging per post aan de derdenbeslagene toezenden. Indien de derdebeslagene dit stuk voor gezien tekent en per post terugstuurt, is het beslag rechtsgeldig gelegd. Ook de mededeling van het beslag aan de beslagene zelf (de overbetekening) kan per aangetekende post en zonder deurwaarder gebeuren. Dit maakt de beslaglegging voor het LBIO dus goedkoper en efficiënter.