Termijnen

Het beslagrecht is een mijnenveld aan termijnen! Het niet nakomen van deze termijnen kan betekenen dat het beslag van rechtswege vervalt. Vaak zijn de termijnen namelijk gesteld om de belangen van de zwakkere partij (de beslagene) of de buitenstaander (de derdenbeslagene) te beschermen.

Voor de beslaglegger is het van zeer groot belang om deze termijnen in de gaten te houden. De beslagene kan soms onverwacht voordeel behalen als hij een fout van de beslaglegger kan ontdekken. Na het verval van het beslag kan weliswaar opnieuw beslag gelegd worden, maar het verrassingselement is dan uiteraard verloren gegaan, zodat de beslagene misschien al tegenmaatregelen heeft getroffen.

De belangrijkste termijnen zijn de volgende:

Bij alle conservatoire beslagen geldt dat de ‘hoofdprocedure’ stipt binnen de door de rechter bepaalde termijn na het leggen van het beslag dient te worden gestart (art. 700 lid 3 Rv.).

De beslaglegger dient toestemming te krijgen van de voorzieningenrechter om een conservatoir beslag te mogen leggen. Bij deze toestemming bepaalt de rechter ook een termijn waarbinnen de zaak zelf voor de beslissende instantie moet worden gebracht. Wordt deze ‘hoofdprocedure’ niet op tijd gestart, dan vervalt het beslag direct van rechtswege. De wettelijke minimale termijn is acht dagen. In nationale zaken bedraagt de maximale termijn in de praktijk zeer vaak veertien dagen. (Indien de procedure al gestart is voordat het conservatoire beslag wordt gelegd, geldt deze termijn uiteraard niet.) 

De beslaglegger dient er dus altijd voor te zorgen dat hij de hoofdprocedure op tijd (voorbereidt en) start. Dit betekent overigens niet dat direct na het verstrijken van de termijn een zitting plaatsvindt. De termijn wordt (in het grootste deel van de gevallen) gehaald door een dagvaarding aan de beslagene te betekenen. Dit houdt niet meer in dan dat de deurwaarder de dagvaarding bezorgt. Daarna kan het nog maanden duren alvorens de rechter uitspraak doet. Wie sneller van een beslag verlost wil zijn, kan dus beter een kort geding starten.

Na het leggen van (conservatoir of executoriaal) derdenbeslag is de beslaglegger verplicht om binnen acht dagen na het beslag de beslagstukken aan de beslagene (de tegenpartij) te laten betekenen (art. 475i en 720 Rv.).

Bij een derdenbeslag wordt beslag gelegd bij een andere partij dan de tegenpartij, bijvoorbeeld onder een bank. De beslagene weet daar in principe dus niet van. Teneinde hem alsnog te informeren is de beslaglegger wettelijk verplicht om de beslagene binnen acht dagen via een deurwaarder in kennis te stellen van het beslag. Gebeurt dit niet (op tijd) dan kan de rechtbank op verzoek van de beslagene het beslag opheffen. Het staat dus niet vast dat het beslag vervalt, maar de beslaglegger loopt wel een risico. Een slimme beslaglegger zorgt dat hij binnen de termijn van acht dagen eerst alle gewenste beslagen legt en pas daarna de beslagene op de hoogte brengt.

Bij een conservatoir derdenbeslag is de beslaglegger verplicht om binnen acht dagen na het starten van de hoofdprocedure de dagvaarding (of een vergelijkbaar inleidend stuk) aan de derde te laten betekenen (art. 721 Rv.).

De gedachte achter deze bepaling is dat de derde moet weten wat er gebeurt rondom het beslag. Met de aan hem betekende stukken kan hij controleren of de hoofdprocedure tijdig is gestart. Hieruit kan hij afleiden of hij (op termijn, na de hoofdprocedure) verplicht is aan de originele schuldeiser (de beslagene) of aan de beslaglegger te betalen. Ook hier geldt dat het beslag vervalt indien de betekening te laat plaats vindt.

Indien een conservatoir derdenbeslag is gelegd en de hoofdprocedure wordt van de tegenpartij gewonnen, dan dient het vonnis aan de tegenpartij te worden betekend voordat dit feitelijk ten uitvoer gelegd kan worden. Voor het uitwinnen van het derdenbeslag dient het vonnis daarnaast ook aan de derde betekend te worden. Gebeurt dit niet binnen één maand nadat het vonnis is uitgesproken én ten uitvoer gelegd kan worden (deze momenten vallen niet altijd samen, bijvoorbeeld door hoger beroep), dan zullen betalingen die de derden ná die termijn heeft verricht (ondanks het beslag) door de rechter geldig worden geacht (art. 704 en art. 722 Rv.)

Ook hier geldt de gedachte dat de derde op de hoogte dient te worden gebracht van het geschil tussen beslaglegger en beslagene. De uitkomst van de hoofdprocedure is voor hem immers niet kenbaar.

Na het leggen van een (conservatoir of executoriaal) derdenbeslag dient de derde een schriftelijke verklaring af te leggen over hetgeen hij aan de tegenpartij verschuldigd was (en nu dus aan de beslaglegger moet betalen of afgeven). Indien deze verklaring niet wordt afgelegd of de beslaglegger meent dat deze onjuist is (bijvoorbeeld indien de derde stelt niets aan de tegenpartij verschuldigd te zijn, terwijl de beslaglegger bewijs heeft van het feit dat dit niet waar is), dan kan de beslaglegger een juridische procedure tegen de derde starten. De mogelijkheid tot het starten van zo’n 'verklaringsprocedure' bestaat gedurende twee maanden nadat de verklaring van de derde is ontvangen én het conservatoir beslag in een executoriaal beslag is overgegaan (art. 477a en 723 Rv.).

Na het verloop van de termijn van twee maanden kan geen betwistingsprocedure meer worden gestart. Deze termijn is berucht, omdat hij met enige regelmaat wordt vergeten. Dit komt omdat bij een conservatoir beslag vaak veel tijd verstrijkt tussen het afleggen van de verklaring (vanaf meestal twee, of soms vier, weken na de beslaglegging) en de mogelijkheid om die verklaring te betwisten (de-facto na het winnen van de hoofdprocedure). Er is overigens een manier om deze fout te herstellen.

Na het leggen van een (conservatoir of executoriaal) beslag op aandelen is de beslaglegger verplicht om binnen acht dagen na het beslag de beslagstukken aan de beslagene (de tegenpartij) te laten betekenen (art. 474d lid 2 en 715 lid 1 Rv.).

Bij een beslag op aandelen wordt beslag gelegd onder de betreffende vennootschap en dus niet direct onder de tegenpartij (de eigenaar van die aandelen). De beslagene weet theoretisch dus niet van het beslag. De beslaglegger is daarom wettelijk verplicht om de beslagene binnen acht dagen via een deurwaarder te informeren over het beslag. Dit is ook relevant voor de beslaglegger zelf, omdat de beslagene na het beslag geen dividend op de aandelen mag accepteren (dit komt na het beslag aan de beslaglegger toe). Geschiedt de betekening niet (of niet op tijd) dan vervalt het beslag. Naast de betekening is de beslaglegger tevens verplicht om de beslagene schriftelijk (dus bijvoorbeeld per post), “zo mogelijk op dezelfde dag” als het beslag, op de hoogte te brengen. De wet stelt hier geen sanctie op (zodat de beslaglegger de mededeling in principe ook achterwege kan laten), maar het is voorstelbaar dat een rechter onder bepaalde omstandigheden toch gevolgen aan het niet-mededelen verbindt.

Bij een conservatoir beslag op aandelen is de beslaglegger verplicht om binnen acht dagen na het starten van de hoofdprocedure de dagvaarding (of een vergelijkbaar inleidend stuk) aan de betreffende vennootschap te laten betekenen (art. 715 Rv.).

De gedachte achter deze bepaling is dat de (directeur van de) vennootschap kennis moet hebben van de gang van zaken. Met de aan hem betekende stukken kan hij controleren of de hoofdprocedure tijdig is gestart. In tegenstelling tot de regeling voor derdenbeslag is er geen wettelijke sanctie voor de beslaglegger die dit achterwege laat.

Bij een (voorafgaand conservatoir en) executoriaal beslag op aandelen is de beslaglegger verplicht om in een periode van één maand na het in kracht van gewijsde gaan van de executoriale titel (lees: nadat tegen het vonnis geen hoger beroep meer mogelijk is) aan de rechtbank te verzoeken om te bepalen dát de aandelen zullen worden verkocht en onder welke voorwaarden (474g en art. 715 lid 3 Rv.). De wet bevat hier een historisch weeffoutje; de beslaglegger doet er goed aan om nader onderzoek te doen naar de start van deze termijn.

Bij een beslag op aandelen zijn niet alleen de eigenaar van de aandelen en de schuldeiser betrokken, maar dient ook rekening gehouden te worden met de belangen van de onderneming zelf, eventuele medeaandeelhouders en andere ‘stakeholders’. Deze belanghebbende kunnen daarom door de rechtbank worden opgeroepen om te worden gehoord. Op een zitting als deze is voornamelijk van belang dat wordt vastgelegd hoe de aandelen zullen worden verkocht (via de wettelijke methode van een veiling of de (bij aandelen vaak aantrekkelijkere) manier van een normale verkoop zonder veiling). Het beslag vervalt indien de termijn niet wordt nageleefd.

Na het leggen van een (conservatoir of executoriaal) beslag op vastgoed, zoals een woonhuis, dienen de beslagstukken binnen drie dagen na het leggen van het beslag aan de eigenaar te worden betekend (art. 505 lid 1 en art. 726 lid 1 Rv.).

De betekening vindt plaats om de eigenaar te laten weten dat het beslag is gelegd. In tegenstelling tot beslag op spullen of aandelen, kan de deurwaarder het beslag op onroerende zaken van achter zijn bureau digitaal (vast)leggen in het kadaster. Het is daarom van belang dat de eigenaar ook formeel hoort van het beslag. Het beslag vervalt indien de termijn niet gehaald wordt.

Voor beslag op grote schepen en grote vliegtuigen bestaan aparte regelingen.

Sommige van de hierboven genoemde termijnen kunnen op verzoek van de beslaglegger door de rechter worden verlengd. Soms kunnen deze verlengingen nog na het verstrijken van de originele (fatale) termijn aan de betrokkenen worden medegedeeld, waarna het beslag alsnog ‘herleeft’. Ook beslagen die in kort geding door de rechter worden opgeheven, kunnen herleven indien in het hoger beroep van dit kort geding wordt geoordeeld dat het beslag toch in stand moest blijven. Deze soorten uitstel brengt allerlei complicaties met zich mee. Het gaat te ver om hier alle mogelijke scenario’s te beschrijven. Indien een beslagene merkt dat termijnen zijn verlopen, doet hij er goed aan om contact op te nemen voordat hij daar gevolgen aan verbindt.