Werkwijze

Hoe gaat de gemiddelde beslaglegging in zijn werk?

Een schuldeiser moet toestemming (‘verlof’) van de voorzieningenrechter krijgen voor hij rechtsgeldig beslag kan leggen. Hiervoor is de schuldeiser verplicht de hulp in te roepen van een advocaat. De advocaat zal een zogenoemd verzoekschrift schrijven, waarin de zaak en de vordering worden beschreven. Afhankelijk van de complexiteit van de zaak zal dat stuk ongeveer vier tot acht kantjes lang zijn. Bij het verzoek worden kopieën gevoegd van de belangrijkste documenten (contracten, facturen, etc.).

De advocaat dient het verzoekschrift in bij rechtbank. Dit kan digitaal of per post. Het verzoekschrift wordt meestal binnen één of twee dagen behandeld. De voorzieningenrechter kijkt daarbij of het aannemelijk is dat de verzoeker ook echt een vordering heeft. Indien de rechter voldoende reden ziet voor beslaglegging (en geen verhoor van van de tegenpartij wenst; zie hieronder), geeft hij in een beschikking schriftelijk zijn toestemming voor de beslaglegging. De advocaat stuurt deze toestemming door aan de deurwaarder en coördineert de beslaglegging. Het verzoekschrift en de toestemming van de rechter moeten door de deurwaarder aan de beslagene worden betekend (bezorgd of afgegeven) bij de beslaglegging. Een schuldeiser kan voor één schuld op meerdere beslagdoelen beslag leggen. Ook kan hij het beslag meerdere keren herhalen, mits hij telkens opnieuw aan alle formaliteiten voldoet.

Verhoor van de tegenpartij voorafgaand aan de beslissing

De rechter ziet normaliter dus maar één kant van de zaak. In principe hoort de tegenpartij dus niets van het verzoek totdat de deurwaarder het beslag daadwerkelijk legt en daarbij de beslagstukken afgeeft (betekent) aan de tegenpartij. De beoogde beslagene wordt slechts in uitzonderingsgevallen door de rechter opgeroepen om te worden ondervraagd voordat de rechter oordeelt over het beslagverzoek. Alleen in dat geval gaat het verrassingselement dus verloren. Verhoor vindt vaak plaats bij de volgende uitzonderingen:

- bij derdenbeslag op periodieke vorderingen

Periodieke vorderingen zijn maandelijkse betalingen, veelal aan privépersonen. Denk daarbij aan salaris, diverse uitkeringen (voor zover die al te beslaan zijn), pensioenen, alimentatie en zelfs de voorlopige teruggave van de belastingdienst. Hoewel de wet dit niet voorschrijft, worden maandelijkse betalingen van opdrachtgevers aan zzp-ers ook nog wel eens bestempeld als periodieke vorderingen. De reden voor het horen is de grote invloed die het beslag kan hebben op deze (vaak voor een heel gezin cruciale) inkomstenbronnen.

- bij beslag op handelsvoorraden

Handelsvoorraad kan zo cruciaal zijn voor een onderneming dat de voorzieningenrechter vaak eerst deze partij wil horen.

- bij grijs gemaakt beslag

Vaak kan een partij, na een steeds verder oplopende ruzie over een vordering, voorspellen dat de schuldeiser een aanvraag voor toestemming tot beslaglegging bij de rechtbank zal indienen. Zo’n partij kan dan per brief bij de rechtbank aangeven dat áls er een verzoek tegen haar wordt ingediend, zij in dat geval eerst wil worden gehoord voordat de rechter beslist. Dit zogenaamde ‘grijs maken’ van een beslag is gedurende de afgelopen jaren teruggedrongen en wordt alleen nog toegestaan bij octrooi- of kwekersrechten.

- bij het aanstellen van een bewaarder

Een bewaarder is iemand die de in beslag genomen zaken beheert gedurende het beslag, bijvoorbeeld een boer die in beslag genomen vee verzorgt of een garagehouder die in beslag genomen auto’s stalt. Door de juiste formulering van het verzoek of door het verzoek om een bewaarder aan te stellen separaat in te dienen na de beslaglegging kan het horen veelal worden voorkomen.

- bij beslag ten laste van een bank

Wanneer toestemming wordt verzocht om beslag te leggen ten laste van een belangrijke financiële instelling (zoals opgesomd in art. 212a Faillissementswet) wordt de toestemming niet zonder horen verleend. Dit komt omdat deze instellingen zo belangrijk zijn voor het dagelijkse betalings- en handelsverkeer. Deze uitzondering ziet, voor de goede orde, dus op gevallen waarbij toestemming wordt gevraagd voor beslag op de eigen bezittingen van een bank of instelling, niet op gevallen waarbij toestemming wordt gevraagd voor derdenbeslag onder de bank ten laste van iemand die bij die bank een rekening heeft.

- bij eigenbeslag

Wanneer de rechter toestemming wordt gevraagd voor het leggen van eigenbeslag.

De vraag of de beoogd beslagene door de rechter gehoord wordt, is mede afhankelijk van de kans op verduistering; bij een woonhuis kan men bijvoorbeeld minder snel maatregelen treffen om het beslag te voorkomen dan bij losse spullen of contant geld. Overigens kán de rechter theoretisch altijd de wederpartij oproepen, maar in de praktijk is dit (ook wanneer men bovengenoemde uitzonderingen meerekent) redelijk zeldzaam.

Beslagverboden:

Als hoofdregel geldt dat alle bezittingen van de tegenpartij kunnen worden beslagen om (na verkoop daarvan) schulden betaald te krijgen. Op sommige zaken mag echter nooit conservatoir of executoriaal beslag worden gelegd, omdat deze van belang zijn voor het inkomen of welzijn van de tegenpartij. Deze regels gelden ook voor eigen- en derdenbeslagen. De belangrijkste beslagverboden zien op:

- de beslagvrije voet

 In geval van beslag op periodieke vorderingen (lees: loon, diverse uitkeringen, pensioenen, alimentatie en zelfs de voorlopige teruggave van de belastingdienst) of beslag op banksaldi kan geen beslag worden gelegd op een bepaald maandelijks basisinkomen. Dit van beslag vrijgehouden basisinkomen wordt de ‘beslagvrije voet’ genoemd. De hoogte daarvan verschilt met de persoonlijke leefsituatie van de beslagene, maar bedraagt in de regel 90% van een bijstandsuitkering. De gedachte achter de regeling is vanzelfsprekend dat iedereen een basisbedrag dient te hebben voor de eerste levensbehoeften. Voor mensen die in het buitenland wonen, geldt de beslagvrije voet niet (althans niet zonder vonnis van de Nederlandse rechter).

- het brutoloon

 In geval van beslag op periodieke vorderingen (lees: loon, diverse uitkeringen, pensioenen, alimentatie en zelfs de voorlopige teruggave van de belastingdienst) kan geen beslag worden gelegd op de inhoudingen voor pensioenpremie, een ziektekostenverzekering, een ondernemingsspaarregeling, etc. De-facto betekent dit alleen beslag gelegd kan worden op het netto loon of betaling, maar niet op de bedragen die de uitkerende instantie (zoals een werkgever) inhoudt voor allerlei voorzieningen.

- diverse uitkeringen

De diverse uitkeringen, tegemoetkomingen en toeslagen die de overheid verstrekt, zijn niet allemaal vatbaar voor beslag. De ww-uitkering (op basis van de Werkeloosheidswet), de aow-uitkering (op basis van de Algemene Ouderdomswet) en de wia-uitkering (op basis van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) kunnen over het algemeen wel beslagen worden. Voor de overige uitkeringen en toeslagen kan in het algemeen wel gezegd worden deze alleen beslagen kunnen worden voor vorderingen welke in lijn liggen met het doel van de betreffende uitkering. Zo is kinderbijslag niet vatbaar voor beslag, behalve indien de beslaglegger een vordering heeft op basis van levensonderhoud van het kind. (Op kinderalimentatie kan overigens wel gewoon beslag worden gelegd.) Huurtoeslag kan alleen worden beslagen door een verstrekker van woonruimte, zoals de huurbaas. Een zorgtoeslag kan alleen beslagen worden door medische dienstverleners, zoals de zorgverzekeraar. Indien de betreffende uitkering wordt teruggevorderd (bijvoorbeeld omdat die ten onrechte is verstrekt), is beslag vaak wel mogelijk. 

- de inboedel, de kleding van de beslagene en zijn gezin, de aanwezige levensmiddelen, zaken van hoogstpersoonlijke aard en huisdieren

Dit beslagverbod is door een wetswijziging in 2020 behoorlijk uitgebreid. Beslag op dit soort zaken kwam in de praktijk toch al niet heel veel voor. Waar het beslagverbod op kleding en voedsel logisch is, lijkt dat op inboedel veel minder noodzakelijk. Voor huisdieren is, naar mijn smaak, al helemaal geen beslagverbod nodig.

De wet stelt dat als sprake is van extreem dure of uitgebreide spullen, het beslag wel mogelijk is. Beslag is ook mogelijk als de vordering ziet op de  vervaardiging, het herstel of de verkoop van de bovengenoemde zaken of de verkoop of verzorging van het huisdier.

- zaken die de beslagene en diens gezin nodig hebben voor persoonlijke verzorging en dagelijkse levensbehoeften

Deze regel is ingevoerd in 2020. De omvang moet blijken uit de jurisprudentie. De wet stelt dat als sprake is van extreem dure of uitgebreide spullen, het beslag wel mogelijk is. Beslag is ook mogelijk als de vordering ziet op de  vervaardiging, het herstel of de verkoop van de spullen.

- goederen die bestemd zijn voor “openbare dienst

In de praktijk betekent dit dat zaken die de staat, een provincie of een gemeente benut voor het algemeen belang, zoals een brandweerauto, de gemeentekas of een ambassadegebouw, maar ook aan de legeruitrusting van een militair, niet beslagen kunnen worden. Een beslag in Nederland ten laste van een ander land kan bovendien door de minister worden verboden indien dat beslag “in strijd is met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Staat”.

- conservatoir beslag op bepaalde vliegtuigen

Dit beslagverbod geldt samengevat voor grote vliegtuigen van andere staten die geen handelsvervoer doen, grote (reserve)vliegtuigen die een “geregelde luchtlijn van openbaar vervoer” onderhouden en grote vliegtuigen welke op het punt staan om te vertrekken en personen of spullen vervoeren tegen betaling. Op deze uitzondering gelden overigens weer diverse kleinere uitzonderingen.

Verder geldt een algemeen beslagverbod voor alles waarvan voorzienbaar is dat de kosten van de executie hóger zullen zijn dan de opbrengsten.